Budapest

DSC05628Pas vorig jaar, na drie decennia in dit leven, maakte ik tot mijn eigen grote schaamte voor het eerst kennis met het voormalige Oostblok. Praag vormde toen de toegangspoort tot Oost-Europa. De stad mocht er best wel zijn, maar van een echte eruptie van enthousiasme was geen sprake. Mooi, met een grote historische waarde en de stad verdient wellicht een nog meer diepgaande dissectie, maar om dit één van de mooiste oorden op de aardbol te noemen moet ik passen. Er wordt wel vaker in (te?) plechtstatige bewoordingen over de Tsjechische hoofdstad gesproken. Quotering blijft uiteraard een subjectieve aangelegenheid, maar misschien kan Budapest Praag tot ware proporties herleiden.

Low cost vliegen houdt weekendtrips naar steden in Europa betaalbaar. We kunnen er maar niet genoeg van krijgen. Vanuit Charleroi vliegt Wizz Air u op menselijke uren naar Ferihegy, de hoofdluchthaven van Budapest, zij het in de low cost terminal. De Hongaren voorzien frequente shuttlebusjes en treinverbindingen tussen de airport en het stadscentrum. Zoals het hoort. Het is alvast een wereld van verschil met de situatie in Charleroi, waar een aftandse TEC-bus reislustigen als sardienen in een blik van het station naar de luchthaven brengt. En vice versa. We mogen ons nog gelukkig prijzen dat er überhaupt een navette is. Low cost wordt in Charleroi effectief aanzien als veetransport. Het contrast tussen de moderne luchthaven en het abominabele en weinig flexibele openbaar vervoer brengt in elk van ons once again de rebel naar boven. Beschaamd over het functioneren van het eigen land. It could have been so much better.

DSC05618Budapest is zoals zovele grote steden ontstaan rond een rivier. Op de rechteroever van de haast bevroren Donau ligt het oude Buda, terwijl de twin city vanaf de negentiende eeuw sterk in het modernere Pest, op de linkeroever, in omvang toenam. Beide delen bestaan uit diverse wijken of districten (kerület) die op het eerste zicht exotische namen dragen, maar eens je de Hongaarse termen vertaalt klinkt alles veel bekender in de oren. Of beter: laat vertalen, want als niet-Indo-Europese taal is het Hongaars voor niet-ingewijden haast onbegrijpelijk. In Belváros – de “binnenstad” – zijn heel wat historische gebouwen én de typische koffiehuizen te vinden, terwijl in Lipotváros (“Leopoldstad”) het indrukwekkende parlement ligt. Wat later kreeg dit district met Ujlipotváros een nieuw gedeelte. Ten oosten van het eigenlijke centrum van Pest liggen Terézváros (Theresastad), Erzsébetváros (Elisabethstad), Józsefváros (Jozefstad) en Ferencváros (Fransstad). Sommige Hongaarse eigennamen zijn uiteindelijk wél snel te snappen. Het leven kan soms verrassend eenvoudig zijn.

Buda en Pest groeiden sterk naar elkaar toe en zijn verbonden door een aantal imposante bruggen. De stijlvolle stalen Szabadsag Hid – Vrijheidsbrug – heeft een aantal inscripties met een wit Croix de Lorraine op een rode achtergrond. Het is een verwijzing naar Szent Istvan I – Stefaan I – (ca. 975-1038). Istvan breidde het Hongaarse rijk uit en introduceerde er het christendom. Enkele mirakels in de omgeving van de held leverden hem een heiligentitel op. De Erszébet Hid – Elisabethbrug – mist dan weer de charme die je van een brug over de eerbiedwaardige Donau kan verwachten. Het lijkt wel een stalinistisch artefact.

DSC05542Die Erszébet Hid, herbouwd tussen 1961 en 1964, was gelukkig het enige negatieve architecturale relict van de Verloren Decennia. Meer dan veertig jaar lang was dit een no go-zone waar vreselijke dingen zijn gebeurd. In 1956 was de repressie na een revolte tegen de marionet-van-Moskou-regering, waarin 2500 Hongaren de dood vonden, genadeloos. Sinds 2002 is het Terror Haza (House of Terror) op de Andrassy Ut hier een agressieve getuige van. Na de revolte zat er voorlopig niet meer in dan satelliet van Moskou spelen. De Hongaren waren dan wel hun vrijheid kwijt, maar veel openbare voorzieningen waren wel in orde. Tot op de dag van vandaag. DSC05777Zo is het opvallend hoeveel publieke toiletten hier zijn. Ook het openbaar vervoer is een luxe. De ondergrondse werkt piekfijn en klokvast, al zijn de treinstellen enigszins gedateerd. De supersnelle roltrappen – u weze gewaarschuwd – lijken recht uit Expo ’58 te zijn gekomen. De metrostations zijn om de vingers van af te likken, maar niet enkel het openbaar vervoer verdient onze bewondering. Ook de manier waarop men voetgangers aan de overkant van een druk kruispunt wil brengen is best vernuftig. Onder het punt waar de wegen elkaar kruisen is een grote open ruimte, die van op elke straathoek met een trap te bereiken is. U wandelt onder de grond naar waar u wil en komt aan de overkant weer boven. Met wat geluk is er ook een toegang tot één van de vele metrostations. U hoeft dus het gevecht met de Lada’s, de resterende Trabantjes en de chique BMW’s en Mercedessen niet aan te gaan.

DSC05609De mooiste manier om de Donau over te steken is ongetwijfeld de Lanchid (“Kettingbrug”). Het was vanaf 1849 de eerste stabiele manier om de overkant van de rivier te bereiken en werd een symbool van de natie. Makkelijk verkeer tussen de oude en de nieuwe stad gaf een economische impuls en had zelfs een emanciperend karakter: voor het eerst werd de adel op gelijke voet als het gepeupel behandeld. Iedereen moest immers tol betalen om de brug over te steken. Tot dan toe was de adel vrijgesteld van enige vorm van belasting en daar kwam met deze Lanchid verandering in. Het oude Buda had dus een rechtstreekse link naar de moderniteit.

DSC05629DSC05647Om het summum van dit oudere stadsdeel – Varhegy – te beklimmen is geen avontuur langs gladde en steile trappen vereist, want een schitterende funiculaire – Montmartre mag terecht jaloers zijn – brengt u onmiddellijk op de gewenste hoogte net naast het Sandor Paleis, de residentie van de Hongaarse president. Vroeger was het de ambtswoning van de eerste minister. Hier pleegde premier Pal Teleki in 1941 zelfmoord op het moment dat de nazi’s door Hongarije marcheerden om Joegoslavië aan te vallen. Vijf maanden voordien had hij nog een vriendschapspact met het land in de Balkan gesloten. Teleki’s pogingen om te weerstaan aan de internationale druk – de Duitsers laten passeren of zelf ophoepelen – mislukten. De passage door Hongarije was al ingezet. De man zag maar één optie. Zelf was hij ook niet onbesproken. Integendeel: onder zijn bewind werden heel wat antisemitische wetten gestemd. Geweld tegen Joden liet hem koud. Zo gaat de man de geschiedenis in.

DSC05655Voor het Buda Palace, het voormalige koninklijk paleis, was er jammer genoeg geen tijd voorzien, maar een wandeling door het ernstig besneeuwde Varhegy was een waar genot. We zaten ondertussen al aan een dertigtal centimeter en dat werkte als een indrukwekkende geluidsdemper. Er waren nauwelijks rijdende auto’s in het straatbeeld. Iedereen zat knus bij het haardvuur en liet alle geluiden achterwege. Een mooie stad in de stilte: de charme van de winter.

De neogotische Matyas-kerk op het Szentharomsag tér (Plein van de Heilige Drievuldigheid) was al bij al bescheiden. Ze is gebouwd op de resten van een voorganger en is genoemd naar de koning Mathyas. Tijdens de tweede wereldoorlog werd ze ernstig beschadigd en, o ironie, gerestaureerd met hulp van de communisten. De kerk, als symbool van Hongaars patriottisme, werd door het regime gebruikt om de mensen koest te houden. Het was dus niet enkel in Polen dat de Kerk niet helemaal op non-actief werd geplaatst, maar fungeerde als een instrument van sociale orde. In de ganse stad is het religieuze patrimonium grotendeels bewaard gebleven.

DSC05672DSC05697Het Halaszbastya is zelfs in Budapest beter bekend onder de Engelstalige naam: Fishermen’s bastion. De vesting lijkt recht uit een tekening van Escher te zijn geplukt en dankt haar naam aan de vissers die, zo luidt de legende, in de middeleeuwen deze heuvel verdedigden, maar het is in feite een louter decoratieve wal. Het uitzicht op de benedenstad van Buda en de uitgestrektheid van Pest is de moeite waard, ook al was dat in deze hoogmis van mist en sneeuw haast onbestaande. Toch had het iets beklijvend. Zelfs sprookjesachtig. De Hongaren zorgden er ondanks dit gure weer voor dat de toeristen het naar hun zin hadden. Overal in deze stad waren ijverige gemeenteambtenaren aan het werk om de weg sneeuwvrij te maken. Gebeurde het op de trappen voor het bastion nog met een bezem, dan zette men op de boulevards downtown Pest de grote middelen in: de gemotoriseerde sneeuwruimers klopten overuren.

DSC05696DSC05694Beperkt zicht zorgt er ook voor dat hét gebouw waar deze stad voor bekend is niet of nauwelijks voor een mooie foto te ontwaren viel. Budapest heeft geen Eiffeltoren, Vrijheidsbeeld, Muur, Colosseum of Tower Bridge, maar wel een schitterend parlement. Het ligt in Pest, maar de mist over de Donau maakte het onmogelijk om vanuit Buda een mooi en kleurrijk zicht te krijgen op dit majestueuze gebouw in Lipotvaros. Het Orszaghaz overtreft vele soortgenoten. Dit is pas écht een paleis der natie: 268 meter lang, een 96 meter hoge koepel en een collectie van 88 standbeelden van verdienstelijke helden uit de vaderlandse geschiedenis. Het is eens wat anders dan de bescheiden bustes in ons eigen paleis der natie. Dit Orszaghaz is nog relatief jong, want men is pas in 1885 met de bouw ervan begonnen. Onder het communisme had het echte wetgevend werk uiteraard weinig om het lijf, zodat het pas in 1990, toen ook andere partijen werden toegelaten, haar taak echt kon beginnen vervullen. Men mag er terecht fier op zijn.

DSC05704Naast het parlement zijn er in Lipotvaros vooral veel grijze overheidsgebouwen. De sneeuw maakt het nog wat anoniemer, maar de aanwezigheid van een universiteit brengt dan weer leven in de brouwerij. De waard van de lokale Alma wist duidelijk dat het studentenpubliek meer wil dan grootkeukenkost. De centraal-Europese keuken kan je met de trefwoorden ‘zwaar’ en ‘veel’ identificeren. Schnitzels, aardappelen en andere groenten zijn er in grote porties aanwezig. Hongarije is bovendien het land van de goulash. Gulyas is een dikke soep; wat bij ons onder die naam wordt begrepen – een goed uit de kluiten gewassen stoofpotje – heet in Hongarije pörkölt. Voor veelvraten is Budapest een paradijs, want naast de inlandse keuken kan je er alle mogelijke deftige culinaire tradities vinden: van een stevige Argentijnse steak tot een pittig gemaakte carbonara. Honger in het Oostblok? Kom nou…

DSC05708DSC05714Excellent drinken kan je dan weer in de vele koffiehuizen die de stad rijk is. En neen, dan hebben we het niet over een epidemie van Starbucks. Op verschillende plaatsen in de stad vind je koffiehuizen die een traditie van eeuwen hebben. Gerbeaud op Vörösmarty Ter in Belvaros is zowat het beroemdste en laat je terugkeren naar het begin van de twintigste eeuw waar de bourgeoisie er gezien wilde worden en de intelligentsia er filosofeerden over die nieuwe eeuw die zo veelbelovend was. De ontnuchtering volgde snel.

DSC05728Hun lichaam gingen ze dan weer in de vele badhuizen verzorgen. De spa’s van Budapest zijn wereldberoemd. Ze worden al lang niet meer louter door de elite gebruikt, maar door iedereen die eventjes de wereld wil vergeten en tot rust wil komen in een drukke stad. Eén van de beroemdste spa’s is die van Széchenyi in Varosliget – het stadspark. De tijd lijkt hier wel stil te hebben gestaan. Het interieur lijkt recht uit een sepia fotoalbum van een overgrootmoeder te komen. Ook de organisatie wijzigde niet: de kleedruimtes voor mannen en vrouwen zijn duidelijk van elkaar gescheiden. Mannen moeten de hal links in, vrouwen naar rechts. Binnenin kunnen ze zich dan weer samen laten masseren, verzorgen of gewoon genieten van een frisse duik in het binnen- of buitenzwembad. Ook bij veertig centimeter sneeuw en temperaturen diep onder het vriespunt kunt u in het verwarmde bad in open lucht baantjes trekken. Het Budapest van de spa’s is een bezoek op zich waard. Een week relaxen in de Hongaarse hoofdstad: enkel een barbaar kan hier a priori neen tegen zeggen.

DSC05760DSC05753DSC05719Het Varosliget is met het centrum verbonden door de statige Andrássy út. Deze tot de verbeelding sprekende boulevard dateert uit 1872 en is genoemd naar Gyula Andrássy, toenmalig eerste minister en drijvende kracht achter het project. Aan beide uiteinden bevindt zich een belangrijk plein: het Erszebet Ter (Elisabethplein) in het centrum en het grote Hösok Ter nabij Varosliget. Dat laatste is té bescheiden om al in dezelfde league als het Place de l’Etoile te spelen, maar samen met de Andrássy út beschikt Budapest over een schitterende avenue om op een nationale feestdag te tonen wat het land in huis heeft. Dat moet zelfs geen militaire parade zijn: het patrimonium op, rond en onder de Andrássy út volstaat om de bezoeker te overtuigen. Luxewinkels schieten als paddestoelen uit de grond; ambassades zijn er bij de vleet en de opera van de stad mag er zijn. Vanuit Oktogon, het plein halfweg beide uiteinden, kan je alle kanten uit. Bovendien is de Andrássy een pionier: hieronder ligt de allereerste metrolijn van continentaal Europa. Nét onder het straatoppervlak brengt een klein treintje je vanuit het stadscentrum naar het park en de bijhorende spa’s. Een hele mond vol voor één laan.

U ziet het: deze stad heeft een diepe indruk achtergelaten. Het gebruik van superlatieven is mij meestal vreemd, maar voor Budapest worden we gedwongen om een uitzondering te maken. Wat op het eerste zicht geen evidente bestemming is houdt u na verloop van tijd voor altijd in de ban. Het is één van die weinige steden die, mits nog heel wat rijping, alles heeft om een totaalstad à la Londen of Parijs te worden. Met een kleine inspanning is Barcelona binnen handbereik, na een serieuze rijping kan de stad meespelen met de grote jongens. Budapest heeft het potentieel om een hele grote te worden.

Share