De 24 uur van Oslo

DSC_9371Scandinavië doet mij vaak terugdenken aan mijn kindertijd. Lego. Zweedse jeugdfilms op de Nederlandse televisie. Zweedse banken. Gigantische vikingschepen. Houten huizen met gekleurde gevels. Sneeuw. Carola die het Eurosongfestival won met Fångad av en stormvind. Abba, uiteraard. Tekenfilmheld Nils Holgersson. Het hoge noorden was altijd wel ergens aanwezig. Net als Nederland was het een collectief – Denemarken, Noorwegen, Zweden, Finland en IJsland – waar men vanuit het eenvoudige Vlaanderen naar opkeek. Het was in de jaren tachtig en negentig te ver om er met de wagen naartoe op reis te gaan; het vliegtuig was geen optie. Hoewel we met hun producten kennis maakten bleef Scandinavië toch enigszins een mysterie, totdat het low-costvliegen de wereld onttoverde.

De Noorse hoofdstad Oslo is met Ryanair vanuit Charleroi vrij eenvoudig te bereiken. De Ierse maatschappij vliegt niet op Gardermoen – de voornaamste luchthaven van de stad – maar op Rygge, een oude militaire basis waar sinds kort de burgerluchtvaart haar intrede heeft gedaan. Na elke landing rijden shuttlebussen van daaruit op en af richting hoofdstad om een nieuwe lading toeristen op hun bestemming te brengen. Geen eivolle TEC-bussen, maar comfortabele coaches.

DSC_9378Vanuit de lucht is de wereld toch bijzonder mooi. De Noorse fjorden tekenen zich duidelijk af. Ze zijn begin maart nog allemaal netjes ondergesneeuwd. Het is best indrukwekkend. We genieten er van, tot we te horen krijgen dat landen op Rygge voorlopig uitgesloten is. Hoe helder de lucht op enkele kilometer hoogte ook is, beneden zit het potdicht. Een zichtbaarheid van een kwart kilometer was niet voldoende; de Boeing had minstens zeshonderd meter nodig. Dan maar rondjes draaien. We apologize for this delay. Na een half uur ondernam de piloot een eerste poging om het toestel aan de grond te zetten. De landing verliep naar behoren. We zagen de bomen al onder ons door passeren toen de motoren plots op volle kracht het vliegtuig terug de lucht instuurden. “As you probably have noticed, we’re not able to land at Rygge.” Een tweede poging werd overwogen; lukte ook dat niet dan vliegen we naar een andere luchthaven. Uiteraard niet naar Gardermoen – Ryanair betaalt geen hoge landingsrechten – maar naar Sandefjord-Torp, aan de overkant van het fjord waaraan Oslo gelegen is. Feilloos stonden we daar met beide voeten aan de grond. Zo’n gigantisch lange landingsbaan hadden we tot nog toe niet gezien.

Sandefjord bevond zich op twee uur sporen van de hoofdstad. We waren des te gelukkiger dat we in ons etmaal Noorwegen toch nog iets van het platteland te zien kregen. De kennismaking met de Noorse Staatsspoorwegen (Norges Statsbaner, NSB) zou zonder meer een reality check zijn voor mensen die de NMBS als summum van openbaar vervoer op rails aanzien. Hier geen norse conducteur als u een kaartje op de trein koopt; men vraagt er geen toeslag op het al bij al prijzige ticket. Er zijn koffieautomaten op de trein en de wagons zijn comfortabeler en stabieler dan een Thalys. Voor frequente gebruikers van het spoor is dit een quasi-paradijs.

DSC_9404Eén ding overheerst de mooie fjorden en heuvels: sneeuw. Wellicht blijft het ijzige goedje hier de ganse winter liggen. We zien dan ook geen fietsers in het straatbeeld, maar wel mensen die zich met ski’s van huis tot huis voortbewegen. Moeten ze eventjes met de trein op en af naar het dichtstbijzijnde centrum, dan nemen ze de planken gewoon mee. Geen fietsen op de trein, maar ski’s do the job. Je hebt in Noorwegen bijgevolg écht wel het idee dat je in een andere wereld terecht gekomen bent. Overal is het even proper. De treinen rijden klokvast. Ons exemplaar had als eindbestemming Lillehammer – Olympische Winterspelen 1994 – en zal daar zonder enige vertraging zijn aangekomen. Als onze horloges de atoomklok benaderden, dan konden we op basis van deze ene ervaring wel stellen dat pendelen hier voorwaar aangenaam is. We zagen andere voorbeelden.

DSC_9427Het Sentralstasjon bevindt zich in het hart van de stad. Mooi, modern en met een food court waar ook de ondertussen legendarische Burger King opduikt. Omdat de markt der verzadigde vetten in België zelf verzadigd is – Quick en McDo delen de lakens uit – wordt dit soort lekkere brij ons ontzegd. De experts zullen wellicht beamen dat de kwaliteit van de Double Whopper (of Triple Whopper, zo u wil) het niveau van de Big Mac en Giant ver overstijgt; zowel broodje, vlees als frieten zijn ongeëvenaard, al zijn we er ons terdege van bewust dat het gebruik van superlatieven in deze een verkrachting van het concept keuken inhoudt. Alle gekheid op een stokje: de kennismaking met het culinaire Noorwegen kon erger. Fastfood blijft een interessant fenomeen dat tegenwoordig in alle hoeken van dit continent kan worden bestudeerd.

In Oslo kan je met een weekendticket twee dagen lang van alle vormen van openbaar vervoer gebruik maken. Dat is hier bijzonder uitgebreid: metro, tram en bus zorgen er voor dat een verplaatsing in deze al bij al kleine hoofdstad een sinecure is. Zo is het schiereiland Bygdøy, aan de andere kant van de baai, makkelijk te bereiken met de klokvaste bus. Tijdens de rit van een kwartier passeren we een aantal grote bezienswaardigheden: het parlement (Storting), het plein rond de Karl Johans gate (mét Hard Rock Café) en het koninklijk paleis, terwijl we een glimp opvangen van de twin towers van het stadhuis.

DSC_9497Bygdøy staat bekend als museumeiland. Midden in een residentiële wijk met ambassades en villa’s van de lokale CEO’s, de nobilitas en de patriciërs zijn een reeks hotspots gevestigd. In het Vikingskipshuset staan enkele wereldberoemde gerecupereerde snekken. Van buiten uit lijkt het gebouw op een oude kerk, maar dat is het niet. Het werd in de jaren twintig speciaal voor dit patrimonium opgetrokken. Binnenin is het Osebergskipet veruit het meest bekende en intacte exemplaar. In 1904-1905 werd het door een Noorse en een Zweedse archeoloog opgegraven en bewaard voor het nageslacht. Zonder meer werelderfgoed. Vooral de lengte valt op. Het moet een huzarenstuk zijn geweest om dit in het tweede deel van het eerste millennium te hebben gebouwd. Bovendien zijn de ornamenten van een bijzonder hoog niveau. Enkele snekken zijn niet helemaal kunnen worden gerestaureerd, maar het neemt niet weg dat het Noors-Zweedse team schitterend werk heeft afgeleverd.

DSC_9651Dit is een natie die het van het water moet hebben. Erfgoed van de ene Scandinavische legende ligt er naast het andere. Een eindje verderop, aan het uiteinde van het schiereiland, worden zowel Thor Heyerdahl (1914-2002) als Roald Amundsen (1872-1928) eer aangedaan. Beiden schreven geschiedenis waar men tot op de dag van vandaag overal ter wereld naar opkijkt. Heyerdahl was ervan overtuigd dat de Polynesiërs afkomstig waren uit Zuid-Amerika en niet, zoals de gangbare theorie, uit Azië. Met andere woorden: de zeereis van de eerste bewoners verliep niet van west naar oost, maar van oost naar west. Dat wou hij bewijzen door met een vlot vanuit Peru naar Polynesië te varen. De Kon-Tiki, genoemd naar de zonnegod van de Inca’s, zwalpte in 1947 in 101 dagen van Callao, de haven van Lima, naar Raroia in de Polynesische Tuamotu-archipel. Quod erat demonstrandum, maar antropologen en etnografen waren niet overtuigd. Ze bleven zweren bij de Aziatische piste en beweren daar aantoonbare argumenten voor te hebben. In academische kringen wordt Heyerdahl’s theorie dan ook vergeleken met het geloof in het bestaan van Atlantis. O ironie: Thor Heyerdahl’s avontuur wekte een wereldwijd enthousiasme voor antropologie en etnografie op en dat bracht voor diezelfde academici brood op de plank. Waren we wat vroeger geweest, dan konden we de Kon-Tiki met eigen ogen hebben gezien. Een muur en een gesloten deur stonden in de weg.

DSC_9551Aan de overkant van het plein ligt de Fram, het schip waarmee Roald Amundsen naar de Zuidpool voer. Hij was de eerste man die de Zuidpool ook effectief bereikte; daarna ondernam hij een expeditie naar de Arctische pool en kwam ook daar aan. De man had voor deze tochten ervaring opgedaan bij de, jawel, Belgen. Hij was één van de mensen aan boord van de Belgica, waarmee Adrien de Gerlache in 1897 naar Antarctica trok. Amundsen kwam aan zijn einde toen hij bij een reddingsactie tijdens een latere expeditie met een vliegtuig ergens in de Barentszzee crashte. Lichaam noch vliegtuig werden ooit gevonden. De Fram is alvast goed bewaard. We konden er even een blik op werpen, maar toen zei de dame aan het loket dat ook hier de sleutel zou worden omgedraaid. Het was vier uur in de namiddag. In Oslo moet je er in het weekend vroeg bij zijn. Onze vierentwintig uur in deze stad waren niet genoeg om aan dit criterium te voldoen.

DSC_9687DSC_9697Het koninklijk paleis, dat sober oogt, dateert uit de eerste helft van de negentiende eeuw. Het is de ambtswoning van de Noorse monarch waar de gebruikelijke geplogenheden van een vorst plaatsvinden: banketten, officiële ontvangsten én gastenverblijf voor bezoekende staatshoofden. Harald V en zijn zoon Haakon, die al twee keer de rol van supersub opnam, overschouwen vanuit hun paleis het centrale plein van de stad, dat zich uitstrekt tussen de Karl Johans Gate en de Stortingsgata. Ondertussen passeren we nog de universiteit van de stad, waar de ijskegels het levende bewijs van de kou vormen. Het Nationaltheatret, aan de overzijde, liet in 1899 voor het eerst een stuk op het publiek los en volgde het Christiania Theater op. Dat theater droeg de naam van de stad, want tot 1925 heette Oslo immers Christiania, naar de Deens-Noorse koning Christian IV. De man herbouwde de stad na een brand in 1625 en wou, nederig als hij was, maar een symbolische beloning voor deze daad van barmhartigheid. Vorsten staan nu eenmaal ten dienste van het volk. Christian Kvart, zoals ze hem hier noemden, was wel degelijk een plichtsbewust man: hij stond al van zijn elfde aan het hoofd van het koninkrijk Denemarken-Noorwegen, dat hem van 1588 tot 1648, meer dan 59 jaar, moest verdragen.

DSC_9702Zoals dat in een land met gescheiden machten gaat bevindt de wetgevende macht zich recht tegenover het (ceremoniële) hoofd van de uitvoerende macht. Aan de andere kant van het plein probeert de Storting, het Noorse parlement, bescheiden een plaats in te nemen aan het firmament van de hoofdstad. Echt overtuigend is het allemaal niet. Een theatertje? Een voormalig station? Veel égards heeft het niet. Bovendien verloor de Storting vorig jaar nog wat van zijn charme. Hoewel dit een unicameraal verkozen parlement is, had een vierde van de 169 afgevaardigden zitting in een hogerhuis (Lagting); de overige drie vierden zetelden in het lagerhuis (Odelsting). De taakverdeling was vergelijkbaar met die van onze Kamer en Senaat, maar na verloop van tijd raakte de rol van de Lagting wat uitgehold. In 2007 besliste men om na de verkiezingen van 2009 allen samen knus in het Odelsting te kruipen. Eenvoud siert.

DSC_0040DSC_9864Alfred Nobel, de uitvinder van het dynamiet en stichter van de gelijknamige prijzen, was een Zweed en heeft in Stockholm een instituut met belendend comité. De nobelprijzen voor de chemie, fysica en andere disciplines worden daar toegekend, maar de deliberatie over de laureaat van de bekendste aller prijzen gebeurt door een Noors comité. Op de vraag waarom dit zo is en waarom Nobel überhaupt een vredesprijs heeft ingesteld is geen eenduidig antwoord te geven. Misschien had hij wel enige wroegingen over het destructieve karakter van zijn belangrijkste uitvinding. Naar verluidt zouden de Noren de prijs mogen toekennen omdat ze een minder militaristische traditie hadden dan de Zweden, waarmee ze toen nog een (personele) unie vormden. Tot op de dag van vandaag wordt de Nobelprijs voor de vrede in het stadhuis van Oslo uitgereikt. De twin towers van het zestig jaar oude gebouw zijn groot, maar de hoekige vormen en de rode bakstenen doen ons eerder aan een constructie uit legoblokjes denken. Binnenin proberen de muurschilderingen het geheel wat karakter te geven, maar daar is men niet echt in geslaagd. Toch is het een indrukwekkende zaal waar elk jaar op 10 december de ceremonie voor de verdienstelijke wereldverbeteraar plaatsvindt.

DSC_9751Tussen de jachthaven en de dokken waar ferry’s en ander zwaar materieel aanmeren loont het de moeite om de Akershus-vesting te beklimmen. Het fort dateert uit het einde van de dertiende eeuw en heeft vele belegeringen doorstaan. Christian Kvart maakte er later een renaissancekasteel van, maar dat werd op zich nooit zwaar op de proef gesteld. Tijdens de tweede wereldoorlog werd er geen schot op gelost, maar wel daarbinnen, want er vonden nogal wat executies plaats. Na de oorlog werden er oorlogsmisdadigers berecht en afgemaakt, waaronder Vidkun Quisling, de minister-president van de collaborerende Noorse regering. Quisling is ondertussen een woord voor verrader geworden. Arm nageslacht.

DSC_0153Vandaag is het nog steeds een militair domein. Enkele jonge mannen houden in de ijzige kou de wacht rond het fort, dat er dezer dagen kalm bij ligt. De sneeuw maakt dit oord met een toch wat akelige geschiedenis enigszins gezellig. In aanliggende gebouwen zetelt nu het Ministerie van Defensie, dat zich wellicht hoofdzakelijk bezig houdt met het in het oog houden van Russische onderzeeërs. Dit land haalt haar welvaart uit de gigantische voorraden fossiele brandstof; rijkdom moet je beschermen en daar zullen de Noren wel een heel professioneel systeem voor bedacht hebben. In een keurig legermuseum kan je de geschiedenis van de Forsvaret in woord en beeld herbeleven. Bij het binnenkomen geven gedisciplineerde gepensioneerden aan niet-Noren met plezier uitleg over de armed forces en dat van in de tijd van de Vikings tot op de dag van vandaag. We kunnen ons niet aan de indruk ontdoen dat de kranige zestigers en zeventigers voormalige militairen zijn die heimwee hebben naar hun uniform. Ze doen alvast puik werk voor de geïnteresseerde toerist. Wellicht is ook het verzetsmuseum de moeite waard.

DSC_0116DSC_0335De Noren houden niet enkel vast aan hun verre verleden, aan de genese van een rustige hoofdstad in het noorden, aan hun maritieme helden of aan hun naoorlogse ontwikkeling. Met Akerbrygge kregen oude fabriekspanden de voorbije jaren een nieuwe bestemming, al mist het geheel nog wat spirit om een écht hippe buurt te worden. De nieuwe opera opent de poort naar een Oslo van de eenentwintigste eeuw. Wordt het een tijdperk van rustige vastheid of krijgen we een Dynamic Icebear? Met dit Oslo heeft men alvast een zenuwcentrum en een permanent geheugen van de natie, maar geen uithangbord. Noorwegen is gelukkig meer dan Oslo alleen.


Reiskaart weergeven op een grotere kaart

Share