Voor ons tweede blitzbezoek in enkele maanden tijd stond, na Dublin, Praag op het menu. De Tsjechische hoofdstad wordt door velen met alle mogelijke égards beladen, maar is ze dat ook waard? Op basis van summier veldwerk kunnen we enkel maar concluderen dat de bewieroking sterk moet worden gerelativeerd. Dit is een mooie en goed geconserveerde stad met een rijk cultureel patrimonium, maar zeggen dat de parel aan de Moldau het Rome van Centraal-Europa is kunnen we niet goed rekenen. Hier zit verre van een ontgoocheld man, maar gedweep, gepoch en overdreven superlatieven nopen mij tijdens een inspectie steevast tot een strengere houding bij het vellen van een eindoordeel. Praag is niet de uitzondering die de regel bevestigt.
Kort op en af gaan is geen onoverkomelijk probleem. Praag ligt op nauwelijks anderhalf uur vliegen van Brussel en kan beroep doen op een moderne luchthaven. De transit naar de stad is met bus en metro ietwat complex, maar de vriendelijke hulp van een tot Tsjech genaturaliseerde Irakees maakte veel goed. Hij liet ons midden in de stad terug boven water komen. Het was een charmante en goed bespraakte zestiger, wat nogal contrasteerde met de doorgaans koelere Tsjechen. Ze lijken ons net iets minder uitbundig dan de uitgelaten Italianen en de naar alcohol verlangende Britten die we op onze weg mochten ontmoeten. Geen kwaad woord over deze mede-Europeanen, maar en masse deze waardige stad enkele dagen lang louter en alleen voor een bacchanaal afhuren lijkt ons van iets te weinig respect getuigen.
Praag was mijn eerste kennismaking met een stad die ooit achter het ijzeren gordijn heeft gelegen. Het was dan ook een hele geruststelling om te zien dat het historische centrum nauwelijks was aangetast door een communistische erfenis. Misschien is er intussen al heel wat afgebroken, maar architecturaal lijkt men hier niet lelijk te hebben huisgehouden. Gelukkig maar. De politieke en maatschappelijke kost van de onderdrukking is echter andere koek.
Op het Wenceslasplein zagen we een gedenksteen ter ere van Jan Palach, die er zichzelf in 1968 uit protest tegen de communistische dominantie in brand stak. Als victim of communism is hij de wereldgeschiedenis ingegaan. Het was ook hier dat Vaclav Havel en Aleksandr Dubcek tijdens de fluwelen revolutie de menigte toespraken. De historische waarde van dit plein is dus moeilijk te onderschatten.
Wat ouder is de St.-Vituskathedraal en de burcht die vanuit de hoogte de stad domineert. Het zicht is schitterend, maar we vullen hier als toerist wat de meute. De afdaling ligt bezaaid met talloze souvenirwinkels, maar dat hoort er nu eenmaal bij. Ze leidt ons rechtstreeks naar de Karelsbrug, de schitterende verbinding naar de Oude Stad met haar gelijknamig plein en beroemde astronomische horloge. De Joodse wijk met kerkhof en het Rudolfinum, het bekende theater, maken van de oude stad een zeer aantrekkelijke bestemming, die ik nog eens in detail wil overdoen, maar het is geen plaats om je een week in terug te trekken.