Stockholm

DSC_2663De misleidend lage prijzen van Ryanair maken het o zo verleidelijk om de ene citytrip na de andere te maken. Voeg daarbij een aantal enthousiastelingen en je krijgt een dodelijke cocktail: voor de tweede keer in een maand tijd zetten we koers naar het verrassende Scandinavië. Misleidend, inderdaad, want de vlucht naar Stockholm Skavsta – in feite de luchthaven van Nyköping – kwam alles bij elkaar genomen even duur uit als een Zaventemse trip naar Arlanda, de voornaamste luchthaven van de Zweedse hoofdstad. Of erger: met de astronomisch hoge bedragen om in Charleroi te parkeren werd de tocht van low cost naar high cost geconverteerd. Het Charleroi-gebeuren is bedrieglijker dan u denkt. Zolang er geen efficiënte treinverbinding tussen Gosselies en de rest van de wereld is blijft het financieel voordeel van het vliegen vanuit de metropool van de Borinage beperkt. We hadden beter wat grondiger nagedacht vooraleer de luchtvaartmaatschappij te kiezen. U weze bij deze gewaarschuwd, al moet het gezegd dat de connectie tussen Nyköping en hartje Stockholm vlot geregeld is. We hadden de Scandinavische efficiëntie al in Oslo mogen ervaren. De Zweden bevestigden dit.

DSC_2781Stockholm is aan het water gelegen en bestaat uit diverse eilanden en eilandjes die door bruggen en ferry’s met elkaar zijn verbonden. De stad heeft van de scheepvaart haar dada gemaakt. Veel, maar uiteraard niet alles, draait rond het water. Toch is het een element dat de stad haar typische structuur geeft. We onderscheiden een aantal kwartieren: Gamla Stan, het centrale eiland en historische centrum; Centrum vormt het noordelijke en nieuwe gedeelte van de stad, terwijl Södermalm in het zuiden een ander idee geeft van het moderne Zweden. De (schier)eilanden Blasieholmen, Skeppsholmen en Djurgarden in het oosten zijn het sluitstuk van het gedeelte van de stad dat we bezoeken. Blasieholmen en Skeppsholmen huisvesten een aantal musea terwijl Djurgarden een park en, voor wie hier tuk op is, een omvangrijke zoo omvat, maar het spreekt voor zich dat wij in het koudere Zweden niet op zoek zijn naar tropisch vee.

DSC_1756Gamla Stan is niet bijzonder groot, maar maakt de bezoeker meteen duidelijk dat hier écht wel iets te zien is. Aan het koninklijk paleis – het Kungliga Slottet – is de zaterdagse wisseling van de wacht weliswaar mooi en trekt het militair vertoon heel wat kijklustigen, maar het is vooral entertainment waar u als toerist weinig aan hebt. Het zou ietwat ongepast zijn om een eerbetoon aan de grote Zweedse natie te vergelijken met de parade van Sneeuwwitje in Disneyland. Soms moet je shockeren om de aanbidders van voorbijgestreefde folklore met beide voeten op de grond te zetten. Voor dit soort toerist willen wij niet versleten worden.

DSC_1882Het Zweedse parlement – het Riksdagshuset – is des te interessanter. Op een ordinaire zaterdag kunt u er uitgebreid kennis maken met de Zweedse democratie. Hoewel elk parlement in de westerse wereld grotendeels dezelfde elementen bevat hebben ze elk hun particulariteiten. Plenaire zalen, patio’s en commissiezalen vinden we ook in ons Paleis der Natie, maar het waren vooral de politieke gebruiken in Zweden die onze aandacht trokken. Onze uitmuntende gids, een viking met halflang grijs haar, liep hoog op met het Zweedse streven naar transparantie. Het publiek – de inwoners van dit land – kan alle briefwisseling van de uitvoerende macht, net aan de overkant van de gracht, inkijken nog voor de regering de enveloppe opent. Of het er ook in de praktijk zo open en bloot aan toe gaat blijft een open vraag, maar men is hier blijkbaar wel in staat om op een geloofwaardige manier ten minste de schijn van complete transparantie te geven. Een ander fundamenteel verschil betreft de verloning van de soevereine volkswil en de samenstelling van het parlement. Tussen de vijfhonderdtal volksvertegenwoordigers bevinden zich hoogstens een handvol juristen. De parlementaire wedde is in vergelijking met de advocatuur of de private sector relatief laag en, aldus onze gids, bijgevolg kiezen ze zelden voor een politieke carrière. Mensen van ander allooi vullen het halfrond. Dit métier is vooral populair bij leerkrachten én verplegers of verpleegsters. Jawel. Of het mindere verschil qua verloning hier voor iets tussen zit kunnen we niet met zekerheid stellen, maar het doorsnee parlementslid heeft toch wel een ander profiel als bij ons. Bovendien, als het parlement in reces gaat, neemt men de oude taak weer op. Zo keren sommige verpleger-parlementsleden in de zomermaanden eventjes terug naar de ziekenhuisgangen.

Op de werkvloer wordt enkel het Zweeds gebezigd, maar desalniettemin heeft het land zes officiële talen. Naast het Zweeds kregen ook het Sami (de taal van de Lappen), het Fins, het Meänkieli, het Romani én het Jiddisch een officiële erkenning. Bovendien heeft de gebarentaal een speciale status. Opnieuw moet onderzoek uitmaken in hoeverre deze openheid zich ook in de werkelijke wereld realiseert. Toch zijn er in Zweden een aantal markante fenomenen waarmee men zich van de buitenwereld wil onderscheiden.

DSC_1820Gamla Stan heeft niet alleen officiële gebouwen en pittoreske straatjes. Een aantal religieuze gebouwen domineren de skyline van het eiland. Het belang van de Storkyrkan – de kathedraal van Stockholm – is moeilijk te overschatten. Van hieruit verspreidde Olaus Petri de boodschap van Luther over het ganse koninkrijk. Dat werd uiteindelijk de Svenska kyrkan, een staatsgodsdienst. Je liep maar best recht in het lijntje, want andere godsdiensten waren tot op het einde van achttiende eeuw verboden. Het duurde zelfs tot 1860 voordat je je tot een andere godsdienst kon bekeren. Aan dat kunnen hing dan weer een moeten vast: je moest je na het afscheid van de Svenska kyrkan effectief tot een andere confessie wenden. Atheïsten kregen het in Zweden dus hard te verduren, want het is pas sinds 1951 dat je je straffeloos buiten elke godsdienst kon plaatsen. In België hadden vrouwen eerder stemrecht dan dat mannen zich in het transparante Zweden openlijk als atheïst pur sang konden profileren.

De Tyska Kyrkan – de Duitse kerk – herinnert aan de periode waarin de invloed van de gelijknamige Europeanen op Stockholm bijzonder groot was. In de vijftiende eeuw had de Hanze – een groot handelsnetwerk in Noord-Oost-Europa – een haast totale controle over de havens aan de Oostzee. Lübeck, de rijke Duitse Hanzestad, was één van de steden die voor Stockholm’s welvaart zorgden en haar centrum stond overigens model voor de indeling van Gamla Stan. Vandaag telt deze Duitse kerkgemeente in de Zweedse hoofdstad nog een tweeduizendtal leden.

DSC_1872Het Stortorget, het centrale plein van Gamla Stan, wordt gedomineerd door de beurs. In 1990 hield alle financiële activiteit hier op te bestaan en vond de Zweedse Academie op de bovenverdieping haar stek, terwijl het Nobelmuseet de onderste in beslag neemt. U kunt er de geschiedenis van de gelijknamige prijs bewonderen, maar ze worden hier niet uitgereikt. Zoals we vorige maand al konden zien krijgt de laureaat van de vredesprijs de onderscheiding in het stadhuis van Oslo toegekend. De andere decoraties en de diners vinden plaats in het stadhuis van de Zweedse hoofdstad.

DSC_2711Aan de overkant van het water, ten zuiden van Gamla Stan, start Södermalm met een wel erg rare constructie, Slussen. Waar ooit een oude sluis alle waterverkeer richting de Oostzee in goede banen moest leiden staat nu een brug en een ietwat vreemd mini-klaverblad. Het kwam er in 1935; in de ruimtes tussen een smalle verbindingsbocht staat voorwaar een rond paviljoen. Het bleek de mobiliteitsproblemen op die plaats de baas te kunnen. Toen reed men in Zweden nog, zoals in Groot-Brittannië, links. In 1967, van de ene dag op de andere, werd men hier verplicht om zich te continentaliseren. Rechts rijden was voortaan de boodschap. Tot grote verbazing van velen kon het klaverblad van Slussen deze transitie probleemloos aan. Merkwaardig, maar na al die jaren zou een grondige opknapbeurt geen overbodige luxe zijn. Hetzelfde geldt overigens voor de grote lift aan het plein, die enigszins Eiffel’s elevador in Lisboa wil imiteren. Het is maar een flauw afkooksel.

In Södermalm zijn een aantal leuke cocktail- en bierbars, maar uiteindelijk mist dit stadsgedeelte karakter. Gamla Stan lijkt plots wel heel ver weg. Een ordinair Amerikaans steakhouse is zowat het enige deftige restaurant waar we onze honger kunnen stillen. We maken niet graag karikaturen van dierbare mensen, maar hier krioelde het opnieuw van échte vikings: kloeke blonde heren met een gestreken gezicht die eentonig haast dierlijke geluiden produceerden. Tussendoor werden de grote steaks aan een hoog tempo verorberd. Het boezemde ons wat schrik in: je weet maar nooit wanneer ze hun hakbijl zouden bovenhalen.

DSC_1683Terwijl Gamla Stan voor toeristen de facto het centrum is heet het kwartier ten noorden van het eiland ook Centrum. Vanaf het tweede deel van de achttiende eeuw werd Stockholm ook in die richting uitgebreid. Vandaag de dag heeft het een duale identiteit: enerzijds zijn er een aantal karaktervolle pleinen en wijken, maar het andere gedeelte blinkt uit in een weinig elegante anonimiteit. Rond de Gustav Adolfs Torg, recht tegenover het parlement en het koninklijk paleis op Gamla Stan, is het ministerie van buitenlandse zaken gevestigd in het statige Arvfurstens Palats, een schoolvoorbeeld van de zogenaamde Gustaafstijl. Ook de belendende percelen langs de Strömgatan huisvesten regeringsorganen en vormen samen het Rosenbadcomplex, waarvan één van de kantoren de lokale Zestien is. Het is alvast een meer lyrische naam om de ambtswoning van de eerste minister te benoemen: het was vroeger een badhuis waar je, toepasselijk, een rozenbad kon nemen. De Zweden mogen dan al een koel imago hebben, de namen van hun instellingen geven hen wel een gecultiveerd cachet. Ook de Kungsträdgarden, de vroegere moestuin van de koning, bezit stijl en charme en is een ruim plein met mooie, maar, zoals op zoveel plaatsen in Scandinavië, vooral dure terrasjes.

DSC_2053Onmiddellijk achter dat vele schoon begint de anonimiteit. De buurt van het centraal station heeft een aantal flinke winkelcentra, maar het zijn voornamelijk gebouwen uit de tweede helft van de twintigste eeuw die eerder utilitair dan esthetisch waardevol te noemen zijn. Een aantal grijze boulevards komen op Sergels Torg samen, waar een glazen obelisk al sinds het jaar des Heren 1972 voor wat afwisseling moet zorgen, maar de Zweden slaan de bal hier wat mis. Alles heeft er zijn plaats en het lijkt een buurt te zijn die zijn functie – shoppen – efficiënt vervult, maar er is bij de inrichting weinig creativiteit aan te pas gekomen. Gelukkig wordt Sergels Torg ‘s avonds mooi verlicht en kunnen de hongerigen zich er in de laatste geopende McDonalds te goed doen aan urban meals. Ook hier viert het fastfood een hoogmis, al moet het gezegd dat de gele M veel dominanter aanwezig is dan onze geliefde Burger King. Bovendien domineert hier een tegenhanger van Starbucks de koffiehuizenmarkt: Wayne’s Coffee. Geen grande vanilla latte’s in Stockholm. Spijtig.

DSC_2549We mogen dit stadsgedeelte echter geen onrecht aandoen. Dit is de Noordwijk niet. Tussen de blokkendozen zitten ook een aantal meer inspiratievolle moderne artefacten, waarvan de Kungstornen een goed voorbeeld zijn. Deze twin towers sieren Kungsgatan, een nieuwe grote avenue die in pure Amerikaanse stijl het ene stadsgedeelte (Hötorget) met het andere (Stureplan) moest verbinden. In beide torens zaten ooit restaurants, maar over het algemeen deden ze als kantoorgebouw dienst. De linkse toren wordt door de locals de man genoemd, terwijl de rechtse als vrouw door het leven gaat. Twee blokken verder, parallel aan de Kungsgatan, bevindt zich de Olof Palmes Gata. In 1986 werd hier de toenmalige eerste minister vermoord toen hij van een avondje cinema terug naar huis wandelde. De moord werd nooit opgehelderd.

DSC_2803Stureplan, de wijk waar Kungsgatan naar leidt, is gekend als het duurdere maar ook hippe Stockholm. Het wemelt er van chique bars en prijzige restaurants. In één van die bars meenden we Hans Blix te herkennen, de voormalige minister van buitenlandse zaken én de man die moest zoeken naar de vermeende weapons of mass destruction in Irak. We waren iets te enthousiast over de gebeurlijke Zweed, maar het was nog maar eens een indicatie dat Stureplan voor de beau monde de place to be is. Enkele bescheiden videowalls aan de muren van het plein verklappen dat men hier misschien heimelijk met het idee speelt om er een lokaal Times Square van te maken, maar daarvoor zal men nog wat boterhammetjes moeten eten. De paddenstoel in het midden van het plein – niet meer dan een afdak voor een verdwaalde openbare telefoon – is een betere gimmick om Stureplan op de wereldkaart te zetten.

Naar het noorden van de stad toe ligt in het park Humlegarden de Kungliga Biblioteket (Koninklijke Bibliotheek). Van alles wat in dit land verschijnt moet al sinds 1661 één exemplaar naar deze bibliotheek worden verscheept, zelfs al waren er toen in Zweden nog maar drie drukpersen. De collectie groeit elk jaar met 35.000 volumes aan; sinds 1993 worden ook elektronische publicaties bijgehouden. Dit is letterlijk het geheugen van de natie. Via de Östermalmshallen, een gezellig overdekt marktje, kan je terugkeren naar het Kungliga Dramatiska Teatern, een jugendstil-schouwburg. Op de trappen van het gebouw rusten vele blonde inwoners en inwoonsters van dit land uit in een pril lentezonnetje.

DSC_2011Een gunstige wind bracht ons voor een noenmaal in het Grand Hôtel, het meest chique in zijn soort in deze stad. Elk jaar logeren hier de Nobelprijswinnaars. Het visbuffet is meer dan voortreffelijk te noemen. De zalm is impeccable, de bijhorende akvavit zorgt er voor dat uitbundige lui een gezang zouden aanheffen. Dat zijn de keurige heren en dames in Zweden echter allerminst, zodat we in het Grand Hôtel een statige paasmaandagmiddag konden doorbrengen. Fijnproevers kunnen in dit stadsgedeelte wel degelijk aan hun trekken komen, al is daar een budget voor vereist. Om het kronenverbruik niet te laten escaleren moet u hier stevig uit de doppen kijken.

De kleine (schier)eilandtweeling Blasieholmen en Skeppsholmen herbergen een aantal interessante musea. Het negentiende-eeuwse Nationalmuseum bezit een gigantische collectie kunstwerken uit de voorbije vijfhonderd jaar. Op het moment van ons bezoek was er bovendien een grote tentoonstelling met werken van Rubens en Van Dyck. Skeppsholmen, dat via een kleine brug met Blasieholmen is verbonden, huisvest dan weer het Moderna Museet, dat pas in 1998, toen Stockholm de Culturele Hoofdstad van Europa was, werd geopend. Het Arkitekturmuseet brengt de Zweedse architectuurgeschiedenis in beeld.

DSC_2301Vijfenveertig seconden ferry brengen u vanuit Skeppsholmen bij hét pronkstuk van deze stad. In het Vasamuseet liggen de restanten van de Vasa, het prestigieuze koninklijke oorlogsschip dat het welgeteld 1300 meter uithield. Op 10 augustus 1628 kapseisde de Vasa en sleurde meteen 50 opvarenden de dood in. Het doet een beetje aan de Herald of Free Enterprise denken: via de poorten voor de kanonnen kwam er water in het schip binnen, met de bekende gevolgen. De toekijkende menigte, waaronder heel wat buitenlandse hoogwaardigheidsbekleders, konden alleen maar akte nemen van het drama. Pas in 1956 werd het schip teruggevonden, gelicht en na zeventien jaar restaureren in 1990 in een modern museum geplaatst.

Twee en een halve dag Stockholm aan een gezapig tempo zijn zeker niet voldoende om de stad grondig te bezoeken. Er blijven nog te veel musea over om een volgende keer te inspecteren. Ook de gebieden rondom de stad, zoals het kasteel van Drottningholm en de eilandjes in het oosten kunnen u enkele dagen zoet houden. U kunt hier zeker een midweek vullen. Stockholm is geen wereldstad, maar wel een mooie hoofdstad van een interessant land met een rijk erfgoed. De combinatie van een uitgebreid historisch patrimonium en een maritieme cultuur zorgen er voor dat u zich in Stockholm niet verveelt. Bovendien leert een bezoek aan Scandinavië dat dit een wel heel apart stukje Europa is waar men een bewonderenswaardige levenswijze hanteert. Een heel klein beetje een andere wereld…

Share